1. Volmolen ''de Gouw'' in Vaals veiliggesteld
Volmolen de Gouw, ook wel de Frankenhof genoemd, ligt in het kleinschalige Zieversbeekdal tussen Holset en Vaals. Vorig jaar is Het Limburgs Landschap te hulp geroepen bij het veiligstellen van dit ook cultuurhistorisch zeer belangrijke object. De oude eigenaar was niet meer in staat het gebouw met omgeving te beheren en zocht hulp. Via Monumentenzorg is men toen bij Het Limburgs Landschap terechtgekomen. Het gaat om een groot gebouwencomplex met 8,5 hectare waardevol landschap met hoge natuurwaarden.
Onderschrift
Volmolen de Gouw zelf is een vervallen gebouwencomplex en dat was voor ons een reden om, ondanks enthousiasme, toch terughoudend te zijn toen onze hulp gevraagd werd. De kans dat er steun van de overheid zou komen voor aankoop was klein. Aansluitend zouden we dan ook de financiële verantwoording voor de restauratie op ons moeten nemen. Dat was een zware afweging. We ontvingen uit onze omgeving echter meteen ook enthousiasme en daarnaast concrete steun. Een goede reden om ondanks alle onzekerheden ons volledig in te gaan zetten voor de redding van Volmolen de Gouw met bijbehorende landerijen. Hier lag de unieke kans om een historische watermolen met het bijbehorende landschap als een geheel te behouden. En we hebben al eerder monumenten weten te redden, denk aan Kasteel Neercanne, vakwerkboerderij Birven of Kasteel Arcen.
Indrukwekkend maar vervallen
Het molengebouw heeft een U-vorm waarvan de westelijke poot grotendeels verdwenen is. De middelste vleugel heeft twee bouwlagen, een zolder en een kelder. De rechtervleugel is in de negentiende eeuw omgebouwd tot woonhuis. Toen zijn vloeren verplaatst en ramen dichtgemetseld. De toegang was ooit via een hek tussen twee rond gemetselde muren. Op een aantal plekken is te zien dat de molen ooit wit gekalkt is geweest. Uit onderzoek bleek dat onder de kalk ook nog een okergele laag zit. Via de Heemkundevereniging Vaals kregen we veel historische informatie. Daaruit blijkt dat er een kleine klokkentoren op het dak heeft gestaan. De dakconstructie laat zien dat er waarschijnlijk ook een soort driehoekig fronton op de voorgevelaanwezig was. Het geheel moet ooit een indrukwekkende sfeer hebben uitgestraald, passend bij de industriële betekenis.
De rechtervleugel is in de negentiende eeuw omgebouwd tot woonhuis. Toen zijn vloeren verplaatst en ramen dichtgemetseld.
Industriële revolutie
De oorsprong van deze molen is bijzonder. Er stond in de 17-de eeuw een kopermolen. Dat was een industrietak die alleen in de zuidoosthoek van Zuid-Limburg voorkwam. De ertsen werden hier vermalen. De zink kwam uit de zinkmijnen in La Calamine en Plombière, het koper uit de Harz en uit Scandinavië. Dat laatste is een goede verklaring waarom een van de oude eigenaren een man uit Göteborg was, Bartholomeus Fredericus Fauche.
De kopermolen werd in 1736 vervangen door een groot complex met volmolen en diverse ateliers met weefgetouwen die eerst door de molen werden aangedreven. De Vaalser lakenindustrie was bekend. In de loop der tijd is er gesponnen, geweven,wollen laken 'gevold' en zijn er dekens gemaakt. In de 19-de eeuw wordt Richard Boventer uit Vaals vermeld als eigenaar. In 1885 kwam er een apart gebouw bij de molen waarin een stoommachine voor de aandrijving van de machines stond.
De molen brandde in de loop der tijd twee keer helemaal uit en werd weer gerestaureerd. Het gebruik als industrieel complex loonde. In 1905 verdwijnen de weefgetouwen en spinnerij en wordt de molen een graanmolen. Een ontwikkeling die vaker bij watermolens plaatsvond. Door het makkelijker beschikbaar komen van elektriciteit en benzinemotoren wordt dat voortaan energiebron. Na de oorlog zet het verval in wat ondanks alle inzet van de eigenaar tot voor kort duurde.
Molenvijvers
Het bijzondere van dit monumentale complex is dat het hele waterbeheersysteem met vijvers, sluizen en dergelijk nog aanwezig is. Het water van de Zieversbeek wordt verzameld in twee grote molenvijvers die nu grotendeels dichtgegroeid zijn. Via een kanaal stroomde het water uit de vijvers naar het waterrad. De molen is een bovenslagtype.

Onderschrift
Omgeving
De weilanden rond de molens en grenzend aan de Zieversbeek zijn drassig. Omdat ze altijd extensief gebruikt zijn, is er nog een grote soortenrijkdom met dotterbloemen en zeggengraslanden. Grote boomgroepen en de sfeervolle grote hoogstamboomgaard maken het een aantrekkelijk geheel. Ook deze elementen zullen in het totale restauratieplan worden opgenomen.
En nu?
Meteen na de aankoop zijn de gebouwen leeggeruimd, om mogelijk brandgevaar te verkleinen. We zijn op dit moment bezig om de gelden bij elkaar te krijgen om het gebouw wind- en waterdicht te maken en zo verder verval te stoppen. Daarvoor moeten we al alle zeilen bijzetten. Ook zijn we begonnen om het totale restauratieplan uit te werken en ....wat meer energie zal kosten, de gelden voor de integrale restauratie van watermolen en bijbehorend landschap bij elkaar te krijgen.
2. Interview Gerrit Keunen
Gerrit Keunen werkte vele jaren voor de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Hij ontdekte tijdens een door hem uitgevoed onderzoek veel over Limburgse watermolens. Dat bracht hem ook op het spoor van de totaal vervallen Vaalser Volmolen. Door zijn inzet kwamen eigenaar en Limburgs Landschap in contact. Na intensief overleg is de molen door Het Limburgs Landschap gekocht. Eerste werk is nu het verdere verval stoppen en proberen gelden bij elkaar krijgen voor algeheel herstel. Dat wordt de grootste uitdaging.
'Ik ben bijna vanuit de wieg geïnteresseerd geweest in de molenwereld. De voorvaderen van moederskant waren ruim een eeuw molenaar op een poldermolen in de Alblasserwaard. Die staat er nog steeds. Ik ben van ver in de vorige eeuw (1947 red). In de schoolvakanties ging ik bij opa en oma logeren en dan gingen we naar de Alblasserwaard. In de herfstvakantie, het natte jaargetijde, stonden de molens daar te malen. Mijn opa was overigens al geen molenaar meer en werd binnenvisser. Als het dan strenge winter was had hij geen inkomen, dan ging hij naar de diaconie en die zeiden dan: je hebt toch nog een huisje? Vanaf die tijd kwam hij niet meer in de kerk. Hij wist er, ondanks dat hij geen molenaar was, toch veel van. Dat het gevoel voor molens er bij mij is, is niet rationeel uit te leggen. Ik weet niet hoe het komt. Kijk zo'n windmolen is natuurlijk een indrukwekkend ding. Het gewone publiek weet dat niet omdat de molens meestal stilstaan. Dat werkt zo ook bij stoomlocomotieven. Als ze in een museum staan is het 'niets' maar kijk maar eens naar de werkende stoomlocomotief op het 'Miljoenenlijntje'. Het is de combinatie van geluid, geur en alles wat draait en beweegt. Vooral die machtige wieken die voorbij komen zwiepen van zoef...zoef...zoef en het zachtjes 'raggen' van de kap en de staart die aan de kettingen staat te trekken. De wind heeft een bepaald gemiddelde, maar toch is de windsnelheid steeds wisselend. De molen reageert steeds op die wisselende snelheden. Als molenaar moet je het weer heel goed kunnen inschatten. De wind kan zeker bij regenachtig weer van een vriend, de vijand van de molenaar worden.'
'gewone' machine

Onderschrift
'Watermolens is weer heel wat anders. Dat is veel meer een 'gewone' machine. Je trekt de sluis open en dan heb je een veel gematigder bedrijf. De wispelturigheid van de wind is er niet. Dus voor meel malen is dat veel gelijkmatiger en beter. De molenaar op een watermolen is iemand die zowel de molen moet kunnen bedienen, maar hij is ook de zakenman. De molenaar van de poldermolen ging het vooral om het heel houden van de molen. Eigenlijk waren de meeste molenaars op poldermolens ook een soort ambtenaren. De poldermolen werd heel vaak ook bewoond. De molens waren gemeenschappelijk eigendom van de polder. Mijn overgrootvader beurde 90 gulden in het jaar en had verder vrij wonen in de molen. Er was altijd wel ruimte en verder hadden ze een stukje dijk waar wat schapen op liepen. In de instroomopening van de vijzel hingen ze netten op. Daar kwam een hoop paling doorheen. Paling was ook toen al een dure vis en dat bracht dus leuk wat op. Bij de watermolens en andere industriemolens was bijna nooit bewoning, je had ruimte nodig voor opslag en machinerie. Ja soms bij de hele grote stadsmolens. Die waren heel hoog omdat ze boven de stadsmuren uit moesten komen. Daar schoot wel wat ruimte over om een woning in te maken.'
Hobby werd baan
'Ik kwam in de zomer van 1970 bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg terecht. Daar was een kleine afdeling van 4 man die zich met de Nederlandse molens bezighield. Ik had het westen van het land en dus alleen windmolens. Ja, er waren daar wel ooit watermolens geweest, maar dat waren getijdemolens. Bij hoog water liet men een gebied vollopen en als dan het water weer wegliep deed men de stuw dicht en had men een soort stuwmeer. Daarop kon een molen dan een aantal uren draaien. Door alle waterstaatkundige werken in Nederland konden die niet meer functioneren. Er zijn nog wat gebouwen van over in Sas van Gent, Bergen op Zoom, Middelburg en Goes, maar dan heb je het ook gehad.
Ik ben afgestudeerd op HTS Weg- en Waterbouw. In 1996 bestond de Molenstichting Limburg 25 jaar. Ik heb natuurlijk altijd interesse gehad voor waterproblematieken rondom molens. Ik heb in dat jaar voor de Rijksdienst voor alle Limburgse watermolens de waterstaatkundige situatie beschreven en vooral welke mogelijkheden er zijn er om die weer te activeren. Er zijn door de ruilverkavelingen enorm veel dingen verpest. Dan haalde ze de stuw bij een molen weg. Trokken de beek recht en legden een stukje verder weer een nieuwe stuw aan. Maar de molen kon niet meer werken. Eind vorige eeuw begon het besef te komen of dat wel allemaal goed was. Zoals het zo vaak gaat met rapporten: het is toen heel stil geworden. Wat je altijd nodig hebt, is een aantal mensen die een zaak gaan trekken. Als die er niet direct hun tanden inzetten en dan volhouden dan blijft het bij: ze drinken een glas, deden en plas en alles blijft zoals het was.
Een mooi voorbeeld waar wel wat gebeurd is, is de Friedesche watermolen in Neer. Dat was een helemaal verknalde watermolen aan een rechtgetrokken beek. Toen kwam er een aantal mensen die zich dat aantrok. Die hebben heel veel weerstand moeten overwinnen omdat ze een stuw terug wilden brengen die al 40 jaar weg was. Een stuw alleen voor de molen. Het is ze uiteindelijk gelukt. Er zijn goede afspraken gemaakt met het Waterschap. Neer is er nu trots op en terecht.
De relatie tussen watermolens en het Waterschap ie een heel stuk in de goede richting gegaan. Heel lang stond vooral het afvoeren voorop bij het waterbeheer. Geleidelijk is het in de samenleving duidelijk geworden dat er meer is dan dat alleen. Ik denk eigenlijk dat de Friedesche molen het keerpunt is geweest. De Rijksdienst werd betrokken bij de Friedesche molen omdat er stuwen moesten komen, de kolken moest gerestaureerd worden en daar was subsidie voor nodig. Toen zochten ze iemand die wat van watermolens wist en zo werd ik er bij betrokken. Toen kwam ik ineens regelmatiger in Limburg.'
Vaker in Limburg
'Ik vond Limburg een mooi gebied en dus kwam ik er ook in mijn vrije tijd terug. Ook de stoomtreinen in Simpelveld trokken me. Ik ben altijd door stoomtrienen gefascineerd geweest. Ik herinner me nog dat niet zo lang na de oorlog in Utrecht, waar wij woonden, de goederenspoorlijn met stoomtreinen er nog lag. Op het Miljoenenlijntje hier in Limburg kan ik dat nog steeds zien. Door mijn watermolenrapport kwam ik ook terecht op de Vaalser Volmolen. Die heette wel volmolen, maar op diverse plekken stond hij te boek als boerderij.
Daar woonde toen nog de voormalige eigenaar Hubert Leclerq. De molen was extra interessant vanwege de nog aanwezige uitgebreide waterstaatkundige infrastructuur met sluizen en stuwvijvers. Die waren nodig omdat het beekje maar relatief weinig water aanvoert. Je moet dan wel een stuwvijver hebben. Opvallend is ook dat er wat hogerop dan de grote stuwvijver nog twee kleintjes liggen. Die zouden als een soort slibvang voor de grote vijver hebben gediend. Ook vroeger was er natuurlijk erosie. Er zou volgens de oude eigenaar nog ergens een stuwwand zijn waar het water overheen liep van de kleine in de grote vijver.'
Onderschrift
Vaals bleef trekken
'Omdat de Vaalser molen voor mij in zijn totaliteit zo'n waardevol complex was met het hele systeem en zijn mooie ligging, bleef het trekken. Ook die staat van permanent verval, de bedreigende situatie. De oude eigenaar kon daar niets aan doen. Dat kun je ook van iemand in zijn eentje ook niet verwachten. De molenfunctie was maar een heel klein deel van het bedrijf en voor hem niet van belang. Hij had ook nog zijn boerenbedrijf. Dat is ook bijzonder. In Brabant en het oosten van Nederland zijn die functies meestal gescheiden maar dat heeft met de geschiedenis van deze molen te maken. Ik bleef na het onderzoek dus contact houden met de eigenaar. Niet vanuit de Dienst maar omdat ik toch vaker in Zuid-Limburg was. Toen werd de ''oude baas'' ziek. Hij kwam in een verzorgingstehuis terecht. Meteen werd er ingebroken en vernield in de molen. Zijn broer is er toen provisorisch ingetrokken. Hij heeft het complex zo goed en kwaad als het ging bewaakt. Maar het verval ging natuurlijk door. Toen ik in december 2005 bij de Rijksdienst wegging ben ik dus met enige regelmaat op bezoek blijven gaan. De eigenaar vertelde veel van de geschiedenis. Dat maakte de molen alleen maar interessanter. '
Niet kunnen loslaten
'De eigenaar woonde daar in zijn eentje. Je krijgt dan een eigen kijk op de wereld. De molenfunctie was al 50 jaar weg. Hij had allerlei mensen aan de deur gehad die de molen van hem wilden kopen en er van alles mee wilden. Hij wist wel hoe bijzonder het hele complex was. Zo vlak bij Vaals en Aken en toch zo rustig gelegen. Het is met dit soort complexen wat de gek er voor geeft. Er moest wel enorm veel gerestaureerd worden. Er zijn, als je lang genoeg wacht, altijd wel mensen met veel geld die op zo'n mooie plek willen wonen. Maar hij kon de plek niet echt loslaten. We hebben daar veel over gepraat. Zo heb ik van hem ook van alles gehoord over de geschiedenis. Je hoort wel dat zo'n man veel heeft meegemaakt in zijn leven. Omdat ik wat meer vrije tijd had, kon ik ook vaker bij hem op visite. Ik kon als privépersoon natuurlijk ook meer zeggen dan als ambtenaar.
Ik heb met hem ook wel over de toekomst van de molen gesproken. De eigenaar had een kruisbeeld aan de muur van zijn kamer hangen. Ik heb hem op een gegeven moment gezegd, ik hoop dat u 120 wordt, maar als u straks ooit bij Petrus komt, dan kunt u daar niet met een oude molen aankomen. De kans dat er iemand in de toekomst zou wonen die het pad zou afsluiten met een hek met aan het begin van de oprit een waakhond is dan heel reëel. Je koopt niet een molen om die dan met veel geld te restaureren om dan een hele dag mensen op je erf te hebben Ik heb steeds naar voren gebracht waar het project twee kanten op kan. Een kant is 'de markt' op en dan gaat het als cultuurhistorische complex voor de maatschappij 'verloren' want in de wijde omtrek is niet zo'n complex te vinden. En wil je dat?
Je ziet op veel plekken dat de oude molens bij de restauratie en ombouw tot een andere functie, hun geschiedenis verliezen. Een molen is een machine, die is niet geschikt om er hoogpolig tapijt tussen de raderen te leggen om gasten te kunnen ontvangen. We hebben binnen de Dienst altijd als uitgangspunt gehad dat een molen een werktuig is, een fabriek. Dat verdraagt geen wezensvreemde functie. Je krijgt dan twee elementen die elkaar in de weg zitten. Je kunt het rad nog laten draaien, maar het verhaal kun je niet meer laten zien en er zijn al zoveel horecagelegenheden. Dus laat een molen een molen. Na een bezoek aan een draaiende molen vergeet je dat nooit meer. Bij veel omgebouwde molens hebben ze die kans laten lopen. Hier bij de Vaalser Volmolen heb je een complex wat ooit als fabriek is gebouwd met daarin een molenfunctie, maar die neemt niet het hele gebouw in de slag. Je kunt overdacht en met gevoel dus meer met het complex. Maar ook hier gaat het primair om de molenfunctie in relatie tot de omgeving. Het gevaar bij het molenbehoud ligt nu minder op het niveau van het behoud an sich maar vooral op het behoud van de molenbiotoop. Dan kan het als werktuig ook nog werken. Dat betekent geen flats of hoge bomen rondom een windmolen en bij een watermolen moet die eenheid met het water blijven. Het is een compleet landschap daar rond de Vaalser Volmolen. Als ik zo verder in Limburg kijk, dan is er nog een mooi complex bij Geulle, de Weltermolen bij Heerlen en bij Elsloo nog een en dan heb je het wel. Het bijzondere van de Vaalser Volmolen is dan nog dat het op loopafstand van zeer drukke bevolkingscentra ligt. Het is een landschappelijk historisch zeer waardevol complex wat ook nog recreatief van betekenis is. Het biedt dus juist een goede combinatie van cultuurhistorie en maatschappelijk nut. Je laat de samenleving wat zien. Er loopt nu al een wandelroute door het gebied. '
Veel gebeurd
'De Vaalser molen was eerst een kopermolen. Bij het onderzoek leek het erop of het linkergedeelte nog de oude restanten ervan bevat, maar zeker ben ik daar niet van. In de tweede helft van de 19-de eeuw is er een textielfabriek in gekomen, vandaar die grote zolders. Het gebouw is toen heel groots en luxe gebouwd. De oude eigenaar vertelde dat de zijvleugel destijds het zomerhuis was van de toenmalige eigenaren. De machines werden aangedreven door water en stoom. Daarom staat er ook een, nu trouwens ingestort, machinegebouwtje naast het complex. Daarbij stond een hoge vierkante schoorsteen. Toen in de jaren 30 de hardstenen rand van de schoorsteen naar beneden stortte heeft men de schoorsteen afgebroken. Aan de andere kant van het complex stond een zijgebouw waar de stoffen gedroogd werden. Later heeft de vader van de heer Leclerq daar nog een bakhuisje in gebouwd voor het zelf maken van brood en vlaaien. Hubert Leclerq wist ook niets meer van de tweede zijvleugel. Die moet dus al heel lang weg zijn. Zijn vader kwam overigens ooit van de molen van Vaalsbroek. De fabriek die in de Vaalser Volmolen zat is stil komen liggen door een arbeidsconflict. Rond 1905 wilden de arbeiders meer verdienen en de bedrijfsleider weg hebben. De eigenaar wou daar niet aan voldoen en die sloot de fabriek gewoon. Iedereen stond op straat.
Vader Leclerq kon toen de molen huren en hij heeft er het kleine molenwerk in gehangen zodat hij zelf graan kon malen. Dat is trouwens erg bescheiden voor zo´n kolossaal gebouw. In 1923 heeft men geprobeerd in te breken. Mevrouw Leclerq werd daar zo bang van dat men de ramen aan de buitenkant van het gebouw heeft dichtgemetseld. Later zijn ook diverse ramen op de binnenplaats vervangen door kleinere ramen. Je ziet dat aan de ingemetselde stukken. Waarom? Misschien omdat kleinere ramen goedkoper waren. Zo hoorde ik ook dat de klok die ooit in een kleine toren op het dak stond na de oorlog naar de kerk van Holset gegaan is omdat de bezetters de klok daar hadden gestolen. Maar hij schijnt daar nu ook alweer weg te zijn. Na de oorlog is de boel geconfisceerd en toen heeft de familie Leclerq het kunnen kopen. De hele industriële functie was dus eigenlijk al vanaf 1905 verdwenen maar je leest hem nog aan het hele complex af. Een bijzonder verhaal vind ik wel dat en rond het begin van de 20-ste eeuw vlak naast de molen een tweede vijver gegraven is als zwembad. Er kwamen studenten uit Aken zwemmen.'
Onderschrift
En nu?
'Uiteindelijk besefte de oude eigenaar best dat hij het niet mee kon nemen naar de hemelpoort en hij besefte ook dat hij het eigenlijk al 10 jaar eerder had moeten verkopen. Toen heb ik hem gevraagd of we niet moesten zoeken naar een koper die voor het algemeen belang opkwam. Hij heeft me toen toestemming gegeven om met de gemeente Vaals te gaan praten. De oude eigenaar was, zullen we maar zeggen, niet ´on speaking terms´ met de gemeente omdat een voormalige wethouder ooit het complex had willen kopen, tenminste zo ervoer de oude eigenaar dat. Bij de gemeente zeiden ze toen: misschien zou je eens met Het Limburgs Landschap moeten praten. Omdat de betreffende ambtenaar had gezien hoe Het Limburgs Landschap met de restauratie van Hoeve Birven in het Geuldal om gegaan was.
Dus heb ik de oude eigenaar gevraagd of in met Het Limburgs Landschap mocht praten. Ik ben spoorslags doorgereden naar de werkschuur in IJzeren en heb daar gevraagd of ze een bjjzondere watermolen wilden kopen. Die stuurden me door naar het kantoor in Arcen en toen is het balletje gaan rollen.
Het grote voordeel is dat het complex 'van de markt' is. Nu kan het verval gestopt worden en tegelijkertijd naar een definitieve oplossing gezocht worden. Er komt nu in ieder geval geen bordje bij de ingang met verboden toegang. Het is verdrietig om te zien hoe het gegaan is. Maar er ligt genoeg om met elkaar de mouwen op te stropen en dit complex te redden. In mijn visie moeten de vijvers moeten straks weer als stuwmeertjes vollopen. Zo dienen ze ook als opvangbekkens van het teveel aan water bij stortbuien. Daar kan het Waterschap blij mee zijn, want dan komt het niet zo snel stroomafwaarts. Je zou zelfs de dijken rondom de stuwvijver goed op hoogte kunnen brengen, dan is er nog meer buffercapaciteit. Dat is allemaal goed te doen. De vijvers en de gehele infrastructuur met de molentakken zijn al beschermd via de monumenten wet, en krijgen dan een nuttige functie. Wat wil je nog meer?'
Geboft
'Alles bij elkaar heb ik geboft. Ik zat bij de Rijksdienst op een bevoorrechte positie. Ik heb met zo'n 300 molens in Nederland te doen gehad. Dat is een kwart van alle nog bestaande molens. Ik heb volop restauratiebestekken geschreven. Net heb ik nog een aankoop mee mogen begeleiden van een molenromp met 20 ha grond voor het Zuid-Hollands Landschap Die molen blijft zo ook behouden.
Via via ben ik betrokken bij een actie om mensen in Oostenrijk enthousiast te maken voor een molen. Je moet je voorstellen die hebben er twee in het hele land. En ik ben nog bezig met de enige molen van Israel. Ook in Limburg is nog een hoop te doen. We hebben hier ooit drie keer zoveel watermolens gehad. Die hadden allemaal een grote invloed op het landschap met al hun waterwerken. Met hun water vasthouden kunnen gerestaureerde molens heel goed een rol vervullen bij het waterbeheer van de Waterschappen. Iedere stuw die ze ergens zetten had ook bij een watermolen kunnen staan. Het mooiste zou een klein deltaplan voor Limburgse watermolens zijn. Dat zou een eerherstel zijn voor eeuwenoude monumenten met hun bijbehorende landschap'.
3. De tijd staat niet stil voor Volmolen de Gouw
Tussen Vaals en Holset ligt de historische watermolen de Gouw, een bijzondere cultuurhistorische combinatie van een eeuwenoud monument met een waardevol cultuurlandschap. De bijzondere molen is de laatste tientallen jaren ernstig onderkomen. Reden voor de Stichting het Limburgs Landschap, met steun van haar leden, de Limburgse Bedrijvenstichting Robur en de Nationale Postcode Loterij om het complex in 2007 aan te kopen om het een nieuwe toekomst te geven. Geld voor de restauratie ontbreekt echter nog.
Om instorten te voorkomen heeft Het Limburgs Landschap de dragende balken in de kelders laten stutten en zijn de vensters dichtgetimmerd. Een idee om het dak met zeilen af te dekken om zo inregenen te voorkomen kon vanwege de toestand van de dakbalken niet worden uitgevoerd. Het slechte weer van de afgelopen zomermaanden heeft toen greep gekregen op het dak. Een hele rand van de kap is ingestort en Het Limburgs Landschap vreesde het ergste voor de gehele dakconstructie. Een aangevraagde bijdrage voor een noodrestauratie werd door het landelijk bureau van Monumentenzorg afgewezen omdat men met de extra beschikbare gelden landelijk eerst die molens wilde helpen die zo afgerestaureerd konden worden. Een even begrijpelijk als teleurstellend besluit.
Het dak, de stuw en de kelder met haar gewelven zijn inmiddels hersteld. Maar om scheuren te voorkomen zijn aan de achterzijde van de Frankhofmolen stutten geplaatst. Volledige restauratie van de molen zal nog wel enkele jaren nodig hebben. Foto Edmond Staal.
Noodrestauratie
Gezien de dramatische verslechtering van de kap zijn we begonnen met een noodrestauratie. Het dak moet dicht om verdere inwatering te voorkomen. Ook moest een groot gat in de zijmuur gedicht worden om verdere verzakking te voorkomen. Een tegenvaller bleek de brug bij de ingang. Om het zware bouwverkeer door te kunnen laten moesten we ook de brug versterken. De komende maanden zal nu de kap op de oude fabriek volledig vernieuwd worden zodat we voor de winter het pand regendicht hebben.
De eerste stap
De noodrestauratie konden we uitvoeren omdat we diverse schenkingen ontvingen. Via Robur kregen we geld van Vebego, van de heer Elverding als zijn afscheidskado bij DSM en van de Lionsclub in Venlo. We kregen een kleine monumentenonderhoudssubsidie en het financiële gat wat overbleef hebben we gedicht met de steun van onze Beschermers. Van U dus. De eerste stap van een lange weg is gezet.
Onderschrift
Naamsverwarring
Vanaf de beginperiode dat Het Limburgs Landschap de molen bij Holset heeft gekocht, spreken wij over de Volmolen de Gouw. Dhr. Baltus van de Heemkundekring Sankt-Tolbert in Vaals gaf ons aanvullende informatie.
Het woord Gouw is waarschijnlijk afkomstig van een klein stroompje de Gau, dat op het Clermontplein in het centrum van Vaals bovengronds kwam. Begin dertiger jaren van de vorige eeuw werd de eerste jeugdberg van Vaals die daar lag al 'Jeugdherberg de Gouw' genoemd. Het woord 'Gouw' werd hier al foutief geschreven en zou dus eigenlijk 'Gau' moeten zijn. Enkel jaren later verhuisde de jeugdherberg naar de volmolen. De naam werd weliswaar veranderd in 'Jeugdherberg Wolfhaag' maar de bevolking gebruikte de oude naam gewoon verder. Dat was ook de reden dat Het Limburgs Landschap deze naam heeft overgenomen. De molen heeft overigens ook nog een andere naam namelijk Frankenhof. Ook die naam zult u dus regelmatig tegen kunnen komen.
Daarnaast kregen we nog andere informatie. Er zou ook een Kopermolen de Gau geweest zijn die in 1595 in Vaals heeft gelegen. Op die plek is in 1736 de Lutherse kerk gebouwd. Of die kopermolen historisch iets met de kopermolen die ooit op de plek van 'onze' volmolen de Gouw heeft gelegen moet nog onderzocht worden.
4. Vliegende start | Volmolen Vaals krijgt enorme steun
De aankoop van de Volmolen de Frankenhof in Vaals was eind 2007 een enorme uitdaging. Velen vroegen zich af of we ons wel realiseerden waar we aan begonnen. Een bouwval aankopen en rekenen op steun vanuit de samenleving om zo dit waardevolle monument voor de Industriële revolutie te restaureren was ook hoog gegrepen. Een meerjarenplan ligt voor ons, maar ons vertrouwen is bevestigd.
De Volmolen is zoals u waarschijnlijk weet een groot complex. Heel begrijpelijk dat de oude eigenaar het gebouw niet kon onderhouden. Meteen na de aankoop hebben we de eerste noodherstelmaatregelen getroffen. Na iets meer dan een jaar was het zelfs al gelukt met steun van onze achterban, onze Bedrijvenstichting Robur, gemeente Vaals en Provincie om het hele dak te herbouwen en de zoldervloeren inclusief balken te restaureren.

De verschillende kleuren geven de historisch bouwperiodes weer van 1606 tot 1905. Tekening Res Nova, Don Rackham.
Historisch onderzoek
Ook is ondertussen het bouwhistorisch onderzoek afgerond zodat we de geschiedenis van dit bijzondere complex konden reconstrueren. De kelders blijken nog vele ouder te zijn dan verwacht. De bouwdatum is nu 1606. De verschillende bouwfases blijken in het gebouw vaak verrassend goed te herkennen te zijn. Dat is van belang voor de plannen van de restauratie. Er ligt nu een gedegen rapport op basis waarvan de restauratie-architect Karl Pesch een plan heeft kunnen maken.
Steun
We ontvingen van vele kanten bijdragen. Jubileumvieringen, sponsorboeken, collectes, vrijwilligerswerk en losse schenkingen brachten al geld bij elkaar voor noodherstel. Voor het grote herstel zijn, zo realiseert iedereen zich, enkele miljoenen nodig. We zijn daarom enorm blij met de steun van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tijdens overleg en ook werkbezoeken is de ernst van de situatie en het bijzondere karakter van dit Limburgse monument onder de aandacht gebracht. Ook de Limburgse Molenstichting en de provincie hebben het belang van het complex richting de Rijksdienst duidelijk gemaakt. De Rijksdienst heeft haar verantwoordelijkheid heel duidelijk genomen met een bijdrage van ruim een miljoen euro. De rijksdienst gaat er echter wel vanuit dat zowel gemeente als provincie ook hun verantwoordelijkheid nemen.
Indruk hoe de Volmolen er na de restauratie uuit kan komen te zien. Tekening Res Nova.
Vliegende start
De bijdrage van de Rijksdienst maakte het mogelijk om de definitieve restauratieplannen samen met de Regionale Monumentencommissie helemaal uit te werken en de bestekken voor de aannemers op te stellen. Dat betekent dat we deze zomer kunnen beginnen met de restauratie. Met het nu beschikbare geld kunnen we het huidige gebouw bouwtechnisch weer helemaal in orde krijgen. Het zal een metamorfose ondergaan. We zijn de mogelijkheden aan het verkennen of de door brand verdwenen zijvleugel herbouwd kan worden. Ook de financiering om het gebouw weer gebruiksklaar te krijgen is nog niet rond. Maar het is een enorme stimulans dat we de eerste grote restauratie kunnen oppakken. Dat geeft hoop voor de laatste fase.
Wilt u ook bijdragen aan de restauratie van de Volmolen: rekeningnummer 48 40 74 628 van de ABN-Amro ten name van Stichting het Limburgs Landschap onder vermelding van Actie Volmolen.
5. Blik uit de ruimte | Frankenhofmolen
In deze 'blik' kijken we naar een niet winters landschap. Google Earth biedt ons (nog) niet op verzoek een winters plaatje. De foto van deze aflevering is van het landschap rondom de Frankenhofmolen, onze Volmolen van Vaals en hij lijkt van een heel vroeg voorjaarsplaatje. Nog bijna kale bomen en de bruine ruigtes van afgestorven moerasplanten en soortenrijke grasvelden.
De Frankenhofmolen bij Holset ligt langs de Zieversbeek die als een kronkelende lijn door het landschap stroomt. De beek wordt gevoed door bronnen die verspreid door het hele dal liggen. Het dal is een ondiepe schaal. Hoogteverschillen als graften zijn op deze foto niet te zien. De Zieversbeek ontspringt een paar honderd meter stroomopwaarts en dat is hier onderaan op de foto. Omdat de beek nog zo jong is bij de Frankenhofmolen is zij ook nog smal. De vorige eigenaar heeft de gronden altijd extensief beheerd. Daardoor zijn ze voedselarm en daardoor ook soortenrijk gebleven. De kleurverschillen van de door ons veiliggestelde gronden steken sterk af bij de intensiever gebruikte gronden van de veeteeltbedrijven in de omgeving. Rechtsonder zijn dat onze buren van de Weierhof een historische boerderij die aan de achterkant en daardoor wat onopvallender, uitgebreid is met modernere stallen en een cirkelvormige mestopslag.
Er loopt een wandelpad door de boomgaarden van de Frankhofmolen. Goed schoeisel is aan te bevelen, het is er altijd nat en drassig. Foto Henk Heijligers.
Molencomplex
Ondanks dat de westvleugel van de Frankenhofmolen afgebrand en ingestort is, is van bovenaf nog goed de oorspronkelijke U-vorm van het gebouw te herkennen.
Het ooit grote industriële complex met een landhuisachtige vorm, lag fraai aan het einde van de herkenbare oprijlaan. Links en rechts van de oprijlaan lagen boomgaarden en rechtsachter het hoofdgebouw is een rechthoekige ruigte te zien. Dat is een van de nu droogstaande molenvijvers die als dagvoorraad diende. Bij het provisorisch dichtzetten van de molenstuw bleek die vijver of weier, na één regenbui vol water te staan. Links van het molencomplex is in de relatief groene wei een beige vlak te herkennen. Dat is de plek waar een bron ontspringt en waar in het voorjaar massaal de dotterbloemen in het weiland bloeien. Een heel bijzondere situatie in Limburg.
Het dak, de stuw en de kelder met haar gewelven zijn inmiddels hersteld. Maar om scheuren te voorkomen zijn aan de achterzijde van de Frankhofmolen stutten geplaatst. Volledige restauratie van de molen zal nog wel enkele jaren nodig hebben. Foto Edmond Staal.
Weiers
Omdat de molen veel water nodig had om te kunnen functioneren werden er grote vijvers aangelegd, de zogenaamde weiers. De ruige vlakte links van het boerderijcomplex met de moderne uitbreidingen [Weierhof] onderaan de foto was ooit de grootste weier. De omliggende dam is doorgebroken waardoor de weier is leeggelopen en verlandde. Aansluitend heeft het water van de beek zich weer een weg door de weier heen gezocht. Nu is die nieuwe beek als een kronkelende lijn te herkennen. Onze wens is om de oude weier te herstellen om zo het historische watermolenlandschap terug te krijgen. Het Waterschap Roer en Overmaas heeft plannen gemaakt om vissen zo ver mogelijk stroomopwaarts naar de paaiplaatsen te kunnen laten trekken. Op dit moment wordt onderzocht hoe die twee belangen technisch te verbinden zijn. Ecologie en cultuurhistorie die met elkaar opgaan.
Boomgaard
De boomgaarden bij de watermolen zijn meteen na de aankoop aangevuld. Meer werk hadden we met het herstel van de grote oude boomgaard linksboven op de foto. Daar stonden nog maar enkele oude fruitbomen en die zijn ook nog deels op sterven na dood. Er is daarom een groot aantal jonge bomen geplant. Die rijen nieuwe fruitbomen zijn echter nog zo jong dat ze op deze foto niet herkenbaar zijn.
Recreatie
Rechtonder op de foto is het Landal Park te herkennen. Rijen huisjes met een bijbehorende kleine golfbaan. Vanuit het park is een wandelroute uitgezet zodat hun gasten ook het landschap van het Zieversbeekdal kunnen ontdekken. Ook vanuit Holset en Vaals met het fraaie congrescentrum en hotel Vaalsbroek komen al veel gasten de omgeGoogle Earth ving verkennen. Als de Frankenhofmolen eenmaal gerestaureerd is wordt dat een wandeldoel op zich. Maar dat is jammer genoeg nog wel even wachten. We zijn weliswaar dankzij de steun van velen met de eerste restauratieonderdelen kunnen starten, maar het eind is nog niet in zicht.
6. Weer een stapje verder | Sluis van volmolen Vaals gerestaureerd
Het watermolencomplex van de Frankenhofmolen in Vaals is een van de oudste industriële complexen van Limburg (1606). Wat extra bijdraagt aan de waarde is dat het authentieke molenlandschap nog helemaal herkenbaar is. Wie er gewandeld heeft weet eerlijk gezegd ook dat je wel goed moet kijken om die oude structuur te herkennen. Het complex is zwaar onderkomen. Er is dus nog veel te doen om het totale industriële complex in oude luister te herstellen. Deze zomer is de oude sluis hersteld. Dat geeft hoop, maar ook zorgen.
Met de aankoop van de volledig vervallen Frankenhofmolen hebben we stevig onze nek uitgestoken. Het woord uitdaging is een understatement als je de noodzakelijke restauratieplannen ziet. De cultuurhistorische betekenis van het monument met het bijbehorende landschap loont echter die grote inzet. De enthousiaste steun die we na de aankoop kregen gaf ons de energie om vol van start te gaan. Het pand is als eerste wind- en waterdicht gemaakt.
De boomgaard nabij de Frankenhofmolen is verjongd met aanplant. Foto Henk Heijligers.
Ontdekking
Omdat de plannen voor het hoofdgebouw eerst helemaal uitgewerkt moeten worden, zijn we begonnen bij de waterwerken. De totaal vervallen sluis die het water verdeelde naar de molen of naar de Sieversbeek is als eerste aangepakt. Daartoe werden de oude resten teruggezocht. Tot onze verbazing kwam er onder de aanliggende oevers en weilanden een heel aantal muurrestanten tevoorschijn. Een met cement afgestreken stukje muur bleek het restant van een grote keermuur, met alle gleuven voor de originele stuwbalken er nog in. De hardstenen sluisvloer bleek veel groter dan verwacht en bouwtechnisch zeer interessant. In de onderliggende vloer van bakstenen is leisteen als voeg gebruikt. De loden 'krammen' die de hardstenen platen bij elkaar hielden kwamen weer tevoorschijn. In de bodem en in de beek kwam oud bouwmateriaal tevoorschijn inclusief een steen met het jaartal 1789.
Groot
Op basis van de teruggevonden muurrestanten is een restauratieplan gemaakt. Dat werd noodgedwongen ook veel groter dan eerst ingeschat. Er bleek vroeger ook veel mergel en hardsteen gebruikt te zijn, dure bouwmaterialen. We waren blij met al die historische vondsten, maar dat zorgde ook voor een aangepaste begroting, dat was eerlijk gezegd een koude douche. De herboren sluis geeft een goed idee van hoe mooi straks het hele molencomplex kan worden. Dat wordt nog een lange weg, maar we weten waar we heen willen en met uw aller hulp komen we er. We houden u op de hoogte.


