Gehakkelde aurelia

Van maart tot in november kan deze grillig gevormde dagvlinder worden gezien. De gehakkelde aurelia is een karakteristieke soort voor bosranden. De rups leeft op grote brandnetels.

gehakkeldeaurelia mauricemouthaan

Foto Maurice Mouthaan

Vuurgoudhaantje

Het vuurgoudhaantje en het goudhaantje zijn de kleinste vogels van Nederland, circa 10 cm lang. In Nederland zijn het normaal broedvogels van naaldbossen. In Zuid-Limburg broeden ze echter vreemd genoeg ook in met klimop begroeide loofbomen.

vuurgoudhaan patrickpalmen

Foto Patrick Palmen

Zwarte specht

Hoewel de zwarte specht de grootste specht van Europa is, is hij niet gemakkelijk te zien. Hij verstopt zich hoog in dikke bomen achter stammen of takken.

wezel paulvanhoof

Foto

Home > Gebieden > De Dellen | Meerssenerbroek

De Dellen | Meerssenerbroek

De Dellen en het Meerssenerbroek [167 ha] liggen ten zuiden van Meerssen op de zuidelijke helling van het Beneden-Geuldal. Het gebied bestaat uit helling- en plateaubos, in het dal liggen bossen en graslanden langs de Geul en in de ondergrond bevinden zich enkele mergelgrotten. Op het plateau zijn enkele akkers in eigendom die beheerd worden ten behoeve van de hamster, en andere soorten natuurrijke akkers.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

Het gebied ligt op 1 km van ns-station Meerssen. Buslijn 3 [Maastricht-Bunde, Rothem, halte Tussen de Bruggen] en 52 [Heerlen-Meerssen, halte Stella Maris in Meerssen] stoppen in de directe nabijheid van de natuurgebieden. Het is voor wandelaars vrij toegankelijk op wegen en paden. In de Dellen ligt een ruiterroute. In het grootste deel van het gebied grazen galloways. Honden zijn daarom alleen aangelijnd toegestaan.

Geschiedenis

In De Dellen groeide in het begin van de 19e eeuw geen bos. Het plateau heette toen Meerssender Heyde en stond als 'Bruyeres' op de kaart. Dit betekent dat er destijds een vegetatie groeide met struikheide, brem en jeneverbes. In het begin van de 20e eeuw was de situatie drastisch veranderd. Op een militaire kaart uit 1913/14 staat de naam De Dellen genoteerd; de heide heeft plaatsgemaakt voor bos. Daarna kreeg het gebied die andere naam: dellen zijn holle wegen en grubben die zich in de helling hebben ingeslepen. Hiervan zijn mooie voorbeelden in het gebied te zien. In 1972 deed Het Limburgs Landschap de eerste aankoop in De Dellen. Sinds 2000 beheert de Stichting ook het aangrenzende militaire oefenterrein met voornamelijk plateaubos. Ook hier is begrazing met galloways het belangrijkste beheerinstrument.

Beschrijving

De Dellen omvat verschillende bostypen. Op het plateau bestaat de boomlaag vooral uit zomereik en verder ruwe berk, beuk, gewone esdoorn en enkele wintereiken. Het plateaubos, met in de struiklaag voornamelijk bramen, staat op een relatief voedselarme bodem. In de grubben staan vooral veel gewone esdoorns maar ook haagbeuken en hazelaars. In de vochtige en schaduwrijke grubben groeien veel varens. De zeldzame stijve naaldvaren kan worden gevonden, maar brede en smalle stekelvaren en mannetjes- en wijfjesvaren zijn algemener. Langs de zonnige zijde van de grubben hebben zich struwelen ontwikkeld. Hierin komen de eenstijlige en de tweestijlige meidoorn en kruisingen daartussen voor. Ook vinden we hier dagkoekoeksbloem, geel nagelkruid, schaduwkruiskruid, groot heksenkruid en veelbloemige salomonszegel. Op de hellingen ten slotte staan grote gewone essen en zomereiken. Omdat de hellingen het eerst met bos begroeid raakten, staan de meest imposante bomen juist hier. De ondergroei kent typisch Limburgse soorten als ruig klokje en muursla. Langs de weg aan de noordrand van De Dellen groeien goed ontwikkelde struwelen met bosrank, meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos, rode kornoelje en ruigtekruiden als kleine kaardebol en koninginnekruid. Zo'n afwisselend bosgebied heeft een positieve invloed op de dierenwereld. Het gebied is ideaal voor dassen, steenmarters en reeën. Groene specht, fluiter en 5 soorten mezen broeden er. Bruine kikkers en een enkele voredmeesterpad bevolken de poelen op het plateau. De vroedmeesterpadden komen waarschijnlijk uit de net ten oosten van de Dellen gelegen Curfsgroeve die sinds 2010 bij Het Limburgs Landschap in beheer is. De mergelwinning stopte er in 2008. Nu vormt de diepe groeve een natuurlijk element. Warme kalkwanden en schaduwrijke bossen hebben elk hun eigen flora en fauna met bijvoorbeeld veel wondklaver, klein wintergroen en bosorchis. In de ondiepe wateren zwemmen alpenwatersalamanders en planten tengere grasjuffer en plasrombout zich voort. Vanaf 2011 is dit gebied via een spectaculair wandelpad te bezoeken. De begroeiing van de bosrand langs de weg [mantelvegetaties] is rijk aan vlinders zoals de dagpauwoog, verschillende soorten witjes, bruine zandoogjes en gehakkelde aurelia's. Het in het dal gelegen Meerssenerbroek heeft een heel andere opbouw. Het gebied is nagenoeg vlak. De bodem bestaat uit rivierklei die de Geul er in duizenden jaren heeft afgezet. Tot 1996 lagen hier een populierenbos, graslanden en akkers. Nu is het gebied aan de natuur teruggegeven. Na het kappen van een groot aantal populieren en inrastering loopt er nu het hele jaar door een kleine kudde galloways. Ze kunnen zowel in het dal als in het hellingbos grazen. Vooral in de wintermaanden eten ze de voedzame bladeren van de braam, die in de winter zijn blad houdt. Mogelijk dringen de galloways hierdoor op langere termijn de overtollige bramengroei enigszins terug. Behalve begrazing speelt ook water een belangrijke rol in het gebied. De Geul meandert over geringe lengte langs het gebied, maar een oude molentak, het Geulke, loopt er midden door. In 2000 heeft het waterschap een verbinding gemaakt tussen het Geulke en de laagste delen van het Meerssenerbroek, waardoor in perioden met hoog water een deel van het Meerssenerbroek overstroomt. Begrazing en water moeten samen het landschap grotendeels vormgeven. Zeker in het westelijk deel van het gebied zijn al vele hectares jong bos spontaan opgeschoten. Ruwe berk, boswilg en zwarte els domineren hier. Enkele akkerpercelen [13 ha] ten zuiden van De Dellen worden jaarlijks ingezaaid met enkele graansoorten en luzerne. Deze planten geven dekking en voedsel voor de geïntroduceerde hamster. Deze leeft hier, in akkers op de IJzeren Kuilen [van de wml] en op de akkers van enkele boeren in de buurt. Ook vogels profiteren van het extensieve akkerbeheer. In de winter komen er grote groepen overwinterende zangvogeltjes, vooral bestaand uit kneutjes, ringmussen, geelgorzen en soms enkele grauwe gorzen.

Beheer in periode 1985-2011

enkele poelen op het plateau aangelegd en onderhouden met name voor de vroedmeesterpad | Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers en gewone esdoorn teruggedrongen | lariksperceel gedund, waardoor inheemse bomen meer groeimogelijkheden krijgen | Meerssenerbroek aangekocht en ingericht zodat een groot aaneengesloten natuurontwikkelingsgebied is ontstaan | akkerreservaat ingericht en beheerd.

Beheervoornemens vanaf 2011

voortzetting van het huidige beheer met jaarrondbegrazing door runderen | voortzetting akkerbeheer in akkerreservaat | omrasteren deel Curfsgroeve ten behoeve van geitenbegrazing | aanleg wandelpad in Curfsgroeve.

map