Eijsder Beemden

Eijsder Beemden

Direct langs de Maas ten noorden van Eijsden ligt het 63 ha grote rivieroeverreservaat Eijsder Beemden. Het bestaat uit graslanden, plassen, wilgenbossen en een heringericht groot grindgat. De gehele oppervlakte wordt extensief jaarrond begraasd door een kudde koniks en galloways.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

Het gebied is op en buiten de paden vrij toegankelijk voor wandelaars. Honden zijn alleen aangelijnd toegestaan. Loslopende honden kunnen door de grote grazers als bedreiging worden gezien. Bovendien verstoren ze het overige wild. In de zomermaanden vaart er een voetgangers-/ fietsersveer tussen Eijsden en het Belgische Lanaye. Dit biedt goede mogelijkheden om de Eijsder Beemden in een grensoverschrijdende wandeling op te nemen. Buslijn 8 [Maastricht-Eijsden] stopt in Oost-Maarland en Eijsden in de directe omgeving van het gebied.

Geschiedenis

In 1994 droeg de gemeente Eijsden voor een symbolisch bedrag de Eijsder Beemden over aan Het Limburgs Landschap. Jarenlange acties door plaatselijke verenigingen [vooral Werkgroep Grindgat Eijsden] voor beheer van het gebied als natuurgebied gingen hieraan vooraf. Al in de jaren zeventig was de omgeving van het grindgat heringericht. De gegraven poelen en geplante bomen gaven het gebied een parkachtige aanblik. Omdat er tot december 1993 een bijzonder hoge graasdruk heerste van een kudde Limousin-runderen, bleef het gras zeer kort en kreeg natuurlijke ontwikkeling nauwelijks kans. Vanaf 1994 past Het Limburgs Landschap een extensief beheer toe, waarin zo min mogelijk menselijke sturing plaats vindt.

Beschrijving

De Eijsder Beemden is een goed voorbeeld van een snelle natuurlijke ontwikkeling vanuit een cultuursituatie. Door de grote variatie aan bodem- en vochtomstandigheden en de invloed van de grazers vinden vele planten en dieren er geschikte leefomstandigheden. De koniks en galloways brengen variatie in de vegetatie door hun graasgedrag. Waar ze weinig grazen, ontstaat ruigte en bos; waar ze vaak komen blijft de vegetatie grazig en open. De Maas oefent vooral invloed uit tijdens hoog water. Het snel stromende water erodeert grasmat en bodem en zorgt daarmee voor kale grond waar pioniersoorten kunnen kiemen. Het water voert ook zaden aan. De Maas en de grazers zorgen samen met de uitgangssituatie van het terrein voor grote variatie. Nu liggen er in het gebied biotopen als plasjes met vochtige oeverzones, moerassige en droge ruigtes, stroomdalgrasland, wilgenbos en jonge opschietende struwelen. In de wintermaanden grazen vooral de paarden wilgen en meidoorns af. Meidoorns krijgen hierdoor een karakteristieke kerstboomachtige vorm. Als ze echter een meter of twee hoog zijn, kunnen de grazers niet langer bij de verse twijgen en schieten de meidoorns naar grotere hoogte door. Langzamerhand ontstaan zo dichtere struwelen. De soortenrijkdom blijkt uit de meer dan 370 plantensoorten die in het gebied zijn gevonden; ongeveer 20 hiervan zijn landelijk zeldzaam, zoals aardbeiklaver, slangenlook, gulden sleutelbloem en rapunzelklokje. Bij rijke vegetatie is altijd een rijke insectenfauna te vinden. Inventarisaties hebben meer dan 15 soorten dagvlinders opgeleverd, waarvan de koninginnepage [soms meer dan 10 exemplaren per dag] de opvallendste is. Ook sprinkhanen en libellen [12 en 18 soorten] hebben het gebied gekoloniseerd. Vanaf 1997 zijn bijna 60 soorten broedvogels in de Eijsder Beemden vastgesteld. Opvallend hierbij zijn de futen in de plassen; rond eilandjes liggen soms enkele nesten minder dan vijf meter van elkaar verwijderd. Kuif- en tafeleend zijn vaste broedvogels terwijl ze elders in Zuid-Limburg als zodanig schaars zijn. Het is nu gebruikelijk dat er in juni meerdere tafeleendenvrouwtjesmet jongen te zien zijn. Ook buiten de broedtijd is de Eijsder Beemden een eldorado voor vogels. Door de gunstige ligging langs de Maas, de afwisseling en de ligging ten noorden van de voor hen minder interessante Ardennen trekt het gebied vogels aan als een magneet. Tientallen krakeenden zwemmen soms op de plas naast de hoofdingang, soms met enkele winter- of zomertalingen in hun midden. Drie soorten zwaluwen maken gebruik van de kleinere plassen om op insecten te jagen. Langs de oevers verblijven watersnippen. Zangvogeltjes vallen zeker tijdens de herfsttrek op. In de wilgen schieten in augustus en september tientallen tjiftjaffen weg. Sommige blijven hier, in een poging de Nederlandse winter te overleven, en zich zo een verre reis te besparen. Zoogdieren ten slotte zijn met 26 soorten vertegenwoordigd. De das gebruikt het natuurontwikkelingsgebied als foerageergebied, evenals een aantal vleermuissoorten. Verder bevindt zich een gezonde populatie konijnen in het gebied, ondanks twee besmettelijke konijnenziektes die de Nederlandse populatie als geheel heeft gedecimeerd.

Beheer in periode 1985-2011

gebied ingericht voor integrale begrazing met galloways en koniks | sommige weinig natuurlijk ogende landschapselementen verwijderd [vogelkijkhut] of aangepast [houtwallen] | ten behoeve van veiligheid de Maasdijk langs de Trichterweg in 1995 verhoogd | omvorming recent verworven akkertje bij Navagne tot grasland.

Beheervoornemens vanaf 2011

continuering ingezet begrazingsbeheer | voortzetting maaibeheer in parkje Oost-Maarland | vernieuwen informatiepanelen.

Meer info en wandelfolders

Wandelfolder: Eijsder Beemden en Kleine Weerd

 

Maas in Beeld rapportages: