default-header
HomeNieuwsRedden wat er te redden viel; Bosjesmannen vertellen over brand Boshuizerbergen

Redden wat er te redden viel; Bosjesmannen vertellen over brand Boshuizerbergen

woensdag 2 september 2026

Maandag 3 augustus 2026 zal de geschiedenis ingaan als een zwarte dag voor Natura 2000-gebied de Boshuizerbergen en voor iedereen die het een warm hart toedraagt. Dat geldt zeker voor vrijwilligersgroep De Bosjesmannen, die dit prachtige gebied met o.a. jeneverbesstruwelen, stuifduinen en heidevelden al meer dan 25 jaar onderhouden. Ook in deze verdrietige en lastig omstandigheden konden we rekenen op hun helpende handen. Willem Smits deelt namens de groep een terugblik op de dagen waarin we samen keihard hebben gewerkt om te redden wat er te redden viel.

“Toen na een dag of drie het sein “brand meester” werd gegeven en de ergste rookwolken dankzij intensief bluswerk van onder andere twee Chinook helikopters waren opgetrokken, kon Het Limburgs Landschap beginnen met nablussen. De hulp van vele vrijwilligers werd daarbij dankbaar aanvaard. Dit gaf de Bosjesmannen die meededen de kans zelf te ervaren wat het vuur had aangericht… Na de nodige instructies over het effectief opsporen en neutraliseren van kleine brandhaarden, gingen we aan de slag met bluszakken, spades en ander nuttig werktuig. Het voornaamste doel was aanvankelijk de onmiddellijke omgeving van de ongeveer 100
jeneverbesstruiken die gespaard waren gebleven te beschermen”.

Ontluisterend
“Hoewel de blustaak natuurlijk prioriteit had, kon je toch niet ontkomen aan de ontluisterende blik op het gebied waar je als Bosjesman op vrijwel elke vierkante meter wel eens was geweest om te zoeken naar opschietende dennen die verwijderd moesten worden. Alles wat er nog over was van die duizenden jeneverbesstruiken waren geblakerde stokken. De alleroudste struiken van over de honderd jaar waren veranderd in zwarte overeind staande kronkelende slangen”.

 

Redden wat er te redden viel; Bosjesmannen vertellen over brand Boshuizerbergen

De knop om en reden tot hoop
“Maar de knop moest uiteindelijk wel om en dus werd er intensief en lang gewerkt, dagen lang. Als je thuis kwam merkte je pas hoe vermoeiend dat werk was. En iedere volgende dag bleek dat de hitte in de bodem er toch weer in geslaagd was om nieuwe brandhaarden te veroorzaken. Toch was er ook reden tot hoop. De jonge scheuten die we afgelopen winter nog massaal hadden aangetroffen, met name op de zandheuvels waar eiken groeiden, waren gelukkig deels nog groen. Zij kregen een extra dosis water vanuit de bluszak om de droogte te overleven. Als we de ecologen van Het Limburgs Landschap mogen geloven is er een kans dat deze struikjes de basis gaan vormen voor de nieuwe generatie jeneverbesstruwelen. Ook zal blijken wat de overal aanwezige aslaag voor effect zal hebben op het kiemen van rijpe bessen. De tijd zal het leren. Een ding is zeker, zolang wij kunnen zullen we blijven werken aan dit gebied om het in ere te herstellen. Dát vuur is zeker nog niet uitgedoofd!”

Redden wat er te redden viel; Bosjesmannen vertellen over brand Boshuizerbergen