De beekoeverlibel leeft bij ondiepe, meestal stromende zuurstofrijke wateren die snel opwarmen. Hier leven de larven van deze kritische libellensoort, waarvan de mannetjes kenmerkend lichtblauw zijn.

Foto Henk Heijligers
Ten zuidoosten van Schinveld ligt de voormalige zandgroeve de Ruscher [11 ha]. In 1992, bij het 60-jarig bestaan van de Stichting, schonk DSM de groeve en een grasland- en bosperceeltje aan Het Limburgs Landschap.
Groeve en percelen kunnen vanaf openbare wegen en paden worden overzien. Via klappoorten kunt u in de groeve komen. Buslijn 28 [Kerkrade-Schinveld, halte Bouwberg] stopt op 1000 m van de groeve.
Schinveld was vanaf de 11e eeuw een belangrijk centrum van de aardewerkindustrie. Ook nu fungeert de regio nog als wingebied van bodemgrondstoffen. Sinds 1965 is in de Rüschergroeve klei gewonnen voor de keramische industrie en voor het bakken van een bepaald soort metselstenen. De winning is in 2000 beëindigd, waarna de groeve natuurvriendelijk is opgeleverd.
De kale, relatief voedselarme bodem van de groeve leende zich uitstekend voor het ontstaan van schrale vegetaties. In 1999 werden er tijdens gericht onderzoek meer dan 200 soorten planten gevonden. Riet- en gevlekte orchis spreken tot de verbeelding. Tegenwoordig is bijna de hele zandbodem met vegetatie bedekt. De bosontwikkeling goed op gang gekomen, vooral langs oevers en in drogere delen van de groeve. De structuur van de vegetatie is daardoor rijker geworden, maar het aantal plantensoorten is afgenomen. Begrazing door enkele paarden wordt als beheermethode toegepast. Ze eten van de grazige vegetatie, maar zijn ook in staat de verbossing te vertragen. Langs de groeve wordt het Ruscherbeekje geleid, dat zorgt voor extra variatie in het leefmilieu van plant en dier. Door een sterke kweldruk uit de omliggende gebieden is de groeve plaatselijk zeer nat. De plas in de groeve wordt voor een aanzienlijk deel door dit kwelwater gevoed. Het vormt een uitstekend leefgebied voor amfibieën. In 1999 zijn vijf soorten waargenomen die zich er alle voortplanten. Een pioniersoort als de rugstreeppad is daarvan het meest bijzonder. Ook zijn er 26 soorten libellen waargenomen, waaronder zeldzaamheden als beekoeverlibel, bruine winterjuffer en gewone bronlibel. Behalve uit de open groeve bestaat het gebied nog uit ongeveer 1,5 ha grasland en 1,5 ha eiken- en berkenbos van circa 60 jaar oud. Dit bos is broedgebied van bosvogels als tjiftjaf en zwartkop.
in 2000 is de afgraving van klei gestopt | in 2001 is het gebied omrasterd; er vindt begrazing met enkele paarden plaats | overmatige bosontwikkeling gekapt.
huidig begrazingsbeheer voortzetten.